mijnuitlaatklep

Leven (schrijfstudie deel 3)

In Korte verhalen on 25 april 2011 at 16:36

De smetteloos witte gang lijkt eindeloos door te gaan. Om de paar meter zitten er even smetteloze als witte deuren verstopt in de wanden. En het enige dat deze zee van wit doorbreekt, zijn de rode en groene lampjes boven de deuren. Het is stil in de gang. Nog wel.

Met piepende wieltjes rijdt H3 de gang in. Hij heeft vandaag de taak een bevalling te surveilleren. En ondanks dat het in zijn nanochips staat voorgeprogrammeerd, lijken de radertjes van het robotje sneller te lopen dan normaal. Het is dan ook een ouderwetse bevalling, met de vrouw er nog bij! En hij mag dat als eerste van de H-generatie robots mee maken.

Van de andere kant van de gang komt een ander robotje aangesnord, en passeert hem. Sensoren knipperen en het passerende robotje groet: ‘H3. Gegroet. Vervolg uw route.’ De responsmodule van H3 formuleert snel een passend antwoord: ‘A3K. Groetjeeh… Groeten terug. Begrepen’. En beide robotjes vervolgen weer hun route. Door H3’s voedingskabels echoot de naam nog een tijdje na. A3K… Nog sneller dan ervoor vervolgt hij zijn weg.

Voor een deur met een rood lampje remt hij abrupt af. Hier moet hij zijn. De deur ontgrendelt en wordt door perslucht in de wand gezogen. Tssshhht. H3 rijdt vlug de ruimte in en de deur knalt weer dicht. Pffftah.

Het wit van de gang is ook in de kamer overvloedig aanwezig, maar heeft door het gebruik van natuurlampen zijn felheid verloren. Langs de rechterwand staat een groot bad waarin water bubbelt. Vrijwel tegen de linkerwand staat een bed met de zwangere vrouw. Ze zit met handen en voeten vast aan, met rubber omwonden, metalen boeien. De metalen boeien zitten op hun beurt weer vast aan kabels, die slap omlaag hangen vanuit het plafond. De kabels eindigen in lieren op een metalen kruisconstructie aan het plafond. Een Marionetlift.

Met grote ogen en scheef openhangende mond kijkt de vrouw naar H3. Monsterend bekijkt hij haar van top tot teen. Dit is dus zo’n zwangere vrouw, waarmee veel medische boeken uit de oudheid vol staan. Vlug slaat hij alle kenmerken op in zijn “bibliotheek der levensverschijningen”, en zet een snelkoppeling in zijn bookmarks.

‘Wees niet bang. Vrouw.’ begint H3 de procedure. ‘Ik zal u niet beschadigen. Mijn functie is. Beperkt tot noodingrepen. Statistisch gezien komt dit. Per tweehonderd-en-vijf geboortes. Eens voor.’ Dan draait hij zich geheel om, richting de deur, en maakt contact met een grote knop naast de deur. Uit de speakers, verstopt in het plafond, begint een menselijke stem te spreken:

“Welkom, mens, bij de geboorte van uw kind! Ontspant u zich, en geniet van alle moderne middelen die uw lijden aangenaam zullen verzachten. Wij hopen dat u een prettig verblijf zult hebben, en zien u graag terug voor al uw volgende geboortes. En tot slot, vergeet dit niet: Ontspan!”

Met een zacht geratel beginnen de katrollen de kabels op te rollen, en de vrouw komt steeds verder uit het bed omhoog. Als de katrollen stoppen, hangt ze volledig boven het bed, en bungelt aan de kabels. De metalen kruisconstructie komt met een schokje in beweging, en vervoert de vrouw tot boven het bad. Daar worden de kabels weer afgerold, en met een plonsje verdwijnt haar lichaam langzaam onder het water. Slechts haar onderarmen, voeten en hoofd steken nog boven het water uit als de kabels eindelijk stoppen. In het bad worden, uit de gaten waar eerder de bubbels uit verschenen, in rap tempo vloeistoffen aan het water toegevoegd. Het lichaam van de vrouw begint te schokken en laat het water golven. Een paar tellen later verschijnt er een luchtbel aan de oppervlakte, gevolgd door een baby’tje. In de wand naast het bad klapt een luikje open, en er verschijnt een smal plankje. Het plankje is leeg.

H3, die alles aandachtig heeft bekeken en opgeslagen, rijdt naar het bad toe en inspecteert of de vrouw en het baby’tje er compleet uitzien. Dan ziet hij iets was hij nog nooit in de boeken heeft gezien. Ze zitten nog aan elkaar vast!

Ondertussen loopt het water uit het bad en worden de kabels verder naar beneden gelaten. Als het water allemaal door de afvoer verdwenen is, schalt de stem uit de speakers weer:

“Gefeliciteerd! Een baby! Wij hopen dat het kindje naar wens is. Zou u zo vriendelijk willen zijn zelf de navelstreng door te snijden? Het mesje ligt op het plankje naast u. Graag na gebruik terugleggen, dank u wel. En nogmaals: Gefeliciteerd!”

H3 kijkt naar de vrouw, die haar blik op het lege plankje naast zich heeft gericht. Ze draait zich om, haalt haar schouders op en kijkt hem vragend aan. Zijn processor begint als een dolle te draaien, op zoek naar de oplossing voor het probleem. Het mesje. De navelstreng. De baby. A3K. Nee. A3K niet. Het mesje? De navelstreng? De baby? De vrouw? Het mesje. Het bad. Nee. Niet het bad. Hij kijkt nog maar eens naar de vrouw, die nu met grote ogen naar zijn romp kijkt. Het mesje. De baby. Mijn romp. Nee. Niet mijn romp. Mijn romp? Dan pas ziet hij dat er onderdelen aan het smeulen zijn in zijn romp. Harder dan ooit begint zijn processor te draaien. De mogelijkheden schieten door zijn systeem. Mesje. Romp. Navel. Streng. Baby. Vrouw. Nee. Nee. Baby. Nee. Nee. Mesje. Bad. Syntax. A3K. A3K….

En met een knetterend geluid, doven plots de lichtjes van H3.

“Legt u nu de baby voorzichtig naast u neer. Wij komen hem of haar zo ophalen. Let op dat u niet per ongeluk uw baby vast blijft houden tijdens het transport. Wij hopen dat u een prima bevalling heeft gehad en danken u voor uw medewerking. U wordt nu opgetakeld”

Advertenties

Leven (schrijfstudie deel 2)

In Korte verhalen on 25 april 2011 at 16:34

Wat een fel licht! Waar ben ik? Wie zijn deze vreemde wezens? En waarom kijken ze stuk voor stuk naar mij? Wat doen die handen om me heen? Hoe weet ik dat dat handen zijn?

Oh.

Ik d-e-n-k dat ik het al weet. Volgens mij ben ik weer een mens. Even kijken. Ja, handjes, voetjes, piemeltje. Alles klopt. Een mens…

Mijn God.

We zullen het er maar mee moeten doen, dit leven. Maar eens kijken wie er allemaal om mij heen staan. Buiten de handen die me vast houden, in elk geval twee mannen. Ze hebben rare, kortharige kapsels en vreemde, blauwe pantalons aan. En dat schoeisel! In welk jaar ben ik in Godsnaam terecht gekomen? De ene man is oud en lang. De ander is half zo klein, en flink jonger. De oudere man wijst naar mij, kijkt naar het jongere exemplaar en zegt: ‘Kijk Bram, je nieuwe broertje.’ Dan kijkt hij langs mij heen naar iets dat zich naast mij bevindt. Nog meer mensen? Ik volg de blik van de man, en zie een vrouw in een royaal groot bed liggen. Ah, natuurlijk, dat moet mijn moeder zijn. Wel een mooie vrouw om te zien trouwens. Ik zal haar eens roepen: ‘Mamma. Mam!’

‘Kijk, hij brabbelt al naar je, wat schattig hè?’ zegt de vrouw bij wie ik in de handen lig. Brabbelen? Waar heeft ze het over? Ik versta jullie toch ook prima! Luister dan: ‘Hallo! Verstaan jullie mij?!’. Mijn vasthoudvrouw reageert weer, en maakt me alweer belachelijk: ‘Ha! En schreeuwen kan ie ook al. Kun je vast wennen, Lieke.’ Mijn moeder, Lieke dus, kijkt me met een schuin hoofd aan, een glimlach op haar gezicht. ‘Mag ik m’n lieve Lotti weer even vasthouden? Kom maar bij mammie, Lotti potti, goody goody.’

Ik word in de handen van mijn moeder getild en snap er nu niks meer van. Waarom praat zij nu opeens zo raar? Ik, brabbelen? Hah. Ze drukt me stevig tegen zich aan. Wel lekker zacht. Wel vreemd trouwens, dat ik iedereen al wel kan verstaan. Was dat de vorige keer ook zo? Ik kan me er vaag iets van herinneren…. Volgens mij had dat te maken met de overgangsperiode.

Oh.

‘Gurgel….? Bwablah pfft! Weeeeehhh….!

Leven (schrijfstudie deel 1)

In Korte verhalen on 25 april 2011 at 16:29

Van heel ver drongen geluiden Benthe’s oren binnen. …te verliezen, haar kind moet gered worden. Haal doeken, klemmen en vergeet alsjeblieft de kom met schoon water niet. Snel!’ Een lage mannenstem. Voetstappen. Waar was ze? Ze voelde dat ze voorzichtig werd neergelegd op een hard houten tafel. Een ruwe hand streek langs haar arm naar beneden en kneep zacht in haar hand. Grad. Waarom zag ze niemand?

Langzaam drong de situatie tot haar door. Ze was bezig geweest het haardvuur op te stoken, om water te koken. En uit het niets was er een verschrikkelijke hoofdpijn op komen zetten en was het haar zwart voor de ogen geworden. Daarna wist ze niks meer. Haar herinnering begon pas weer vanaf het moment dat ze die mannenstem had horen praten, en Grad haar hand had vastgepakt.

Haar kind. Ze gingen het kind halen! Vol angst probeerde ze te schreeuwen. Ze moesten weten dat het véél te vroeg was. Dat haar kind nog helemaal niet volgroeid was! Maar wat ze ook probeerde, haar mond weigerde te bewegen. Ook haar andere spieren weigerden dienst, en paniek maakte zich meester van haar. Ze voelde hoe haar huid klam werd van het zweet dat zich snel door haar poriën heen boorde. En alles wat ze kon doen was lijdzaam luisteren naar de geluiden om haar heen.

Links naast zich hoorde ze gesmoorde kreet, gevolgd door schel kindergehuil. Een andere mannenstem, hoger dan de eerste, sprak: ‘Een meisje, mevrouw! Gefeliciteerd hoor! Heeft u al een naam bedacht?’ De prille moeder antwoordde zacht; ‘Mariane Juul Mariët.’ Een mooie naam, dacht Benthe, en voelde tranen in haar ogen springen. Langzaam gleden ze langs haar slapen, over haar oren en verdwenen uiteindelijk in haar haar.

Rechts van haar zat nog altijd haar, Grad. Ze wilde dat ze hem terug kon knijpen in zijn hand en hoopte dat hij haar hand bleef vasthouden. Ze schrok toen plotseling de lage mannenstem van dichtbij klonk: ‘Meneer, u kunt beter naar de wachtkamer gaan. De operatie is niet zonder risico, en wij willen hier graag alle rust en concentratie voordat we beginnen.’

Grad’s hand liet de hare langzaam los, en weer wilde ze het uitschreeuwen. Geen kik. Langzaam verdwenen de voetstappen van Grad uit haar gehoor, en maakten plaats voor geluiden van metaal, water en het scheuren van doeken. Ze voelde handen die haar bij haar kleding vastpakten. Met een krachtige ruk, gevolgt door een scheur werd haar jurk bij haar buik open gemaakt. Daarna voelde ze dat al haar onderkleding met haast werd uitgetrokken. Naakt lag ze nu op de tafel, in angst voor wat er komen zou. Vurig wenste ze dat ze flauw zou vallen.

Met een ijzige kou raakte een scherp metalen voorwerp haar buik. Ze voelde het door haar huid heen snijden. Haar ogen rolden abrupt omhoog. Daarna voelde ze niets meer.

 ‘…wil niet stoppen. Ik heb meer doeken nodig!’ Pijn. Haar buik!

 …navelstreng door, was hem schoon en kom zo…’ Een jongetje!

 ‘…haar man, nu!Grad!

Haar buik! Wat deed haar buik een helse pijn. Niet flauwvallen nu. Niet wegvallen. Ze hoorde voetstappen snel dichterbij komen en plotseling werd haar hand door twee handen krachtig vastgepakt. Was het Grad, of verbeeldde ze zich de ruwheid van de handen? Een vertrouwde stem begon huilend in haar oor te spreken: ‘Lieverd, hoor je me?’ Zijn stem! ‘Lief, we hebben een kindje. Een jongetje. Lothar!’ Lothar! Lot! ’Lieverd, alles komt goed. Alles komt…’